Beautiful After Breast Cancer Foundation

Preventie

De moderne geneeskunde begint meer en meer een preventieve geneeskunde te worden. Ook inzake borstkanker is hier de laatste jaren, met de ontdekking van het BRCA-gen, een shift gekomen naar preventie. Ondertussen zijn meerdere genen ontdekt alsook meerdere risicofactoren beschreven. Afhankelijk van beide kan een gepersonaliseerde screeningsstrategie gekozen worden. Het is daarom belangrijk om deze risico- en genetische factoren te begrijpen.

Diagnose

Ik kreeg de diagnose kanker... Deze website is een portaal die u en uw naasten zal helpen om persoonlijke informatie en antwoorden te vinden voor uw probleem.

Deze website moet een houvast  en steun zijn voor patiënten op weg naar herstel en een beter leven.

Het "Diagnose" gedeelte van onze website is opgesteld in twee belangrijke delen. Ten eerste zorgen we in "Anatomie en Fysiologie" voor een basiskennis van de borst. In het tweede deel "Tumoren en aandoeningen" gaan we dieper in op alles wat met aandoeningen van de borst te maken heeft.

Verder wensen wij vrouwen te informeren die zich afvragen of zij wel een borstprobleem hebben, maar daarvoor nog niet onmiddellijk hun arts willen consulteren. Kennis en informatie kunnen dikwijls een onmiddellijke geruststelling betekenen indien de vrouw zelf in staat is het probleem te onderkennen en inziet dat hier geen specifieke behandeling voor noodzakelijk is. Anderzijds trachten we ook vrouwen te informeren bij wie wel degelijk een ernstig borstprobleem is vastgesteld, zoals bijvoorbeeld een kwaadaardige aandoening, en die goed voorbereid naar hun arts willen stappen.

Behandeling

Bij de behandeling van een borstkanker hoort meteen ook een keuze gemaakt te worden rondom de reconstructie. Er is geen fundamenteler doel van onze Stichting dan deze awareness bij de patiënten en oncologische chirurgen te brengen. Door vooraf een geïnformeerde beslissing te nemen, blazen we geen bruggen op voor een latere reconstructie zonder hierbij het oncologische aspect uit het oog te verliezen. Uiteraard primeert de overleving en zal de beslissing van de oncologische chirurg altijd voorgaan.

Op de pagina "Beslissen" staat alle informatie die u kan verwachten tijdens een eerste consultatie alvorens u de tumor laat verwijderen. Deze pagina is zeer uitgebreid en uw plastisch chirurg zal enkel die informatie vermelden die voor uw persoonlijke situatie toepasbaar is.

"Verwijderen van de tumor" vertelt het verhaal van de operatie zelf. Dit is de belangrijkste operatie want een goede wegname van de tumor is en blijft het belangrijkste. We leiden u door de verschillende vormen van wegname. Deze beslissing wordt vaak voor u genomen door een multidisciplinair team van oncologen, radiologen, pathologen, radiotherapeuten, borstverpleegkundigen, gynaecologen, oncologische chirurgen en plastische chirurgen.

In het deel "Borstreconstructie" staat alle informatie en illustratie van de verschillende soorten reconstructie met bijhorende stappen.

Revalidatie

Wie behandeld is voor kanker heeft vaak een lange periode nodig om te herstellen.

Kanker is een ingrijpende ziekte met een zware behandeling. Vaak kampen mensen nadien met psychosociale en/of lichamelijke problemen zoals stress, angst, extreme vermoeidheid, pijnlijke gewrichten, een verminderde conditie, lymfoedeem… Dit kan een grote invloed hebben op het algemeen welzijn.

Er zijn revalidatieprogramma’s die worden aangeboden door de meeste ziekenhuizen. We behandelen hier een aantal grote thema’s.

Quality of life

De levenskwaliteit is een belangrijke factor bij het omgaan met borstkanker. Daarom is het belangrijk om coping-mechanismen te vinden die werken, en die zullen van patiënt tot patiënt verschillen. Voor sommigen kan dat zijn: plezier vinden in activiteiten die zij voor de diagnose deden, tijd nemen om te genieten, vrijwilligerswerk doen, lichaamsbeweging... Van het grootste belang is dat studies hebben aangetoond dat het accepteren van de ziekte als een deel van iemands leven een sleutel is tot effectieve verwerking, evenals het focussen op mentale kracht om de patiënt in staat te stellen verder te gaan met het leven. In dit gedeelte behandelen we enkele onderwerpen die patiënten tijdens en na de behandeling ervaren en geven we informatie om deze aan te pakken.

Bijkomende operaties

Na de eigenlijke borstreconstructie zijn er nog een aantal (kleinere) ingrepen noodzakelijk.

Een borstreconstructie verloopt gewoonlijk in 3 stappen.

  1. Het borstvolume wordt hersteld door middel van een implantaat of door de transplantatie van lichaamseigen huid en vetweefsel 

  2. Een tweede ingreep, zes maanden later, zal dienen om de symmetrie tussen de borsten te bereiken. 

  3. Tenslotte wordt in een laatste stadium de tepel gereconstrueerd waarbij men ook een tatoeage van de tepel en het tepelhof uitvoert. Vaak wordt ook het tepelhof van de andere zijde getatoeëerd om een gelijkaardige kleur te bekomen.

Herstel van het borstvolume

Indien de reconstructie gebeurde met een expander, kan het volume stelselmatig aangepast worden door injectie van vloeistof via een klein poortje in het implantaat. Wanneer het definitieve volume bereikt is, kan de expander vervangen worden door een definitieve silicone prothese. Wanneer dit permanent implantaat geplaatst is, kan het borstvolume echter niet meer gecorrigeerd worden. Indien het borstvolume opnieuw gewijzigd dient te worden, is een nieuwe ingreep noodzakelijk.

Onmiddellijk na een reconstructie met transplantatie met lichaamseigen weefsel kan de vorm van de borst wat onnatuurlijk ogen. De eerste maanden na de ingreep zal de zwaartekracht echter haar werk doen, en de borst zal een meer natuurlijke vorm aannemen.

De transplantatie van de vrije weefselflap en de initiële vormgeving is slechts een eerste stap in het bereiken van een volledige en natuurlijke borstreconstructie. Volgens de principes van de beeldhouwkunst zullen we tijdens de eerste ingreep een borst creëren die iets groter is dan het gewenste volume en dewelke het beoogde resultaat zoveel mogelijk benadert. Het is onmogelijk om een definitief resultaat te bekomen in één enkele procedure. Men zal dus met opzet meer vet transplanteren dan nodig, aangezien het eenvoudiger is om vet te verwijderen dan om dit opnieuw toe te voegen. In een tweede operatie 6 maanden later, kan men op specifieke plaatsen weefsel van de flap aspireren of chirurgisch reseceren. Dit zal de symmetrie tussen de borsten verbeteren, wat ook het einddoel van de ingreep is. Wanneer er meer vetweefsel nodig is, kan lipofilling aangewend worden om wat meer volume toe te voegen: op een specifieke plaats om de vorm te verbeteren, of ter hoogte van de hele flap wanneer een zekere volumetoename vereist is. Een borstvergroting met prothesen is mogelijk, maar wordt steeds minder uitgevoerd, aangezien de resultaten van lipofilling steeds betrouwbaarder en succesvoller worden.

Een tepelreconstructie wordt ook uitgevoerd, waarbij men gebruik maakt van de gemodificeerde C-V flap. Daarnaast kunnen er ook littekencorrecties plaatsvinden. Wanneer er een enkelzijdige borstreconstructie plaatsvond kan tijdens een tweede operatie ook de andere, natuurlijke borst gecorrigeerd worden.

Tepelreconstructie

screen-shot-2013-07-04-at-174529

Ter hoogte van de gereconstrueerde borst kan een tepelreconstructie uitgevoerd worden, gebruik makend van de huid van de flap. Dit kan gebeuren wanneer de gereconstrueerde borst haar uiteindelijke positie bereikt heeft en wanneer de gewenste symmetrie wat betreft vorm en volume tussen beide borsten bekomen werd.

Men creëert een soort van klaverbladpatroon waarbij men vervolgens de huid kantelt en draait (fig. 1). Nadien blijft een klein rechtlijnig litteken achter dat in een volgende fase gecamoufleerd zal worden met het tatoeëren van de pigmentatie van het tepel-tepelhof complex. Na de ingreep wordt een beschermend verbandje aangebracht rondom de nieuwe tepel, voor een periode van vier weken.

Het aanleggen van het tepelhof gebeurt enkel aan de hand van een tatoeage. Het gebruik van huidgreffen, afkomstig van andere delen van het lichaam, wordt niet langer aanbevolen. De tatoeage gebeurt 3 à 4 maanden na de laatste chirurgische ingreep ter hoogte van de tepel. Het tepelhof wordt aan beide zijden getatoeëerd, om een gelijke kleur te bekomen, wat bovendien het “reconstructie-effect” verdoezelt.

Fig. 1 een eenvoudige techniek om de tepel te reconstrueren

De andere, niet-aangetaste (contralaterale) borst

Het is mogelijk dat in een tweede stap enkele kleine aanpassingen ter hoogte van de andere borst noodzakelijk zijn. Het doel hiervan is symmetrie te bereiken op het gebied van vorm en volume. De keuze om ook de niet-aangetaste zijde te opereren wordt uitvoerig met elke patiënte besproken bij de start van het reconstructief proces. Tijdens de eerste consultatie zal men doelstellingen op lange termijn overeenkomen. Er zal gepeild worden naar de opinie van de patiënte over de niet-aangetaste borst. Indien de patiënte tevreden is over de vorm en het volume van de niet-aangetaste borst, dan zal deze dienen als een model voor de borstreconstructie.

Indien de patiënte echter niet tevreden is over de niet-aangetaste borst, kan men deze corrigeren in een later stadium. Tijdens de eerste ingreep zal dan getracht worden om een borst te reconstrueren die overeenstemt met de lichaamsbouw van de patiënte. In een tweede tijd kan de niet-aangetaste borst gecorrigeerd worden zodat deze overeen zal komen met de gereconstrueerde borst. Hier dient de gereconstrueerde borst dus als een model voor de aanpassing van de niet-aangetaste borst.

Tot de mogelijke correcties van de niet-aangetaste borst behoren de borstvergroting, de borstverkleining en de lifting van de borst. Indien er een verhoogd risico op borstkanker bestaat, kan een profylactische mastectomie ter hoogte van de niet-aangetaste zijde overwogen worden, waarbij een beiderzijdse borstreconstructie zal worden aangeboden.

Referenties

  • Weelisch DK, Schain WS, Noone RB, Little JN. The psychological contribution of nipple addition in breast reconstruction. Plast Reconstr Surg. 1987;80:699-704.

  • Kroll SS, Reece GP, Miller MJ, et al. Comparison of nipple projection with the modified double-opposing tab and star flaps. Plast Reconstr Surg. 1997;99:1602-1605.

  • Anton MA, Eskenazi LB, Hartrampf CR Jr. Nipple reconstruction with local flaps: star and wrap flaps. Perspect Plast Surg. 1991; 5:67–78

  • Cronin ED, Humphreys DH, Ruiz-Razura A. Nipple reconstruction: The S flap. Plast Reconstr Surg. 1988;81:783–787.
    Rubino C, Dessy LA, Posadinu A. A modified technique for nipple reconstruction: the ‘arrow flap’. Br J Plast Surg. 2003:56;(3):247–251.

  • Losken A, Mackay GJ, Bostwick J III. Nipple reconstruction using the C-V flap technique: a long-term evaluation. Plast Reconstr Surg. 2001;108:361-369.

  • Shestak KC, Gabriel A, Landecker A; et al. Assestment of long-term nipple projection: a comparison of three techniques. Plast Reconstr Surg. 2002;110:457-463.